Bombus

Bombus IM 2016 web

 

Er broeit iets

in de achtertuin

bij de achterdeur

naast het muurtje

 

Er gonst iets

onder de tegels

onder de grond

in gangen

 

Er krioelt iets

trilt voorzichtig

wandelt traag

maakt grote gaten

 

Ronde gaten in het zand

en de hond die hapt

naar iets dat ik

pas later zie

 

Het maakt geluid

en vliegt omhoog

afzonderlijk gaan ze

stuk voor stuk

 

Ze komen terug

zwaar beladen

met gele klompjes

aan wollige lijfjes

 

‘Niet te dichtbij’

waarschuw ik

zo leerde ik

‘niet verstoren’

 

Maar soms zijn ze moe

kunnen ze niet

meer vliegen

amper kruipen

 

Ik zet ze op een bloem

of in de buurt

van het gat

in de aarde

 

Laat ze maar

rustig gaan

ik kan toch niet

verder helpen

 

Ik wil wel meer

oh, zo graag

maar ze hebben

hun eigen stelsel

 

Ik wil echt wel

iets doen, zo graag

maar kan alleen nog

hopen

Advertisements

Bomen zien

Seeing Trees IM 2016

Een wachter is iemand

die niet alleen kijkt

die ook ingrijpt

 

wanneer water tekort

aanstormende zwijnen

kraaien bij bosjes zijn

 

Wachter van bomen

op bomen

aangevreten door

 

onzichtbaar veel kleine

 

Willen geen kwaad

maar met zovelen

doen ze dingen

hun dingen

 

Waar bladgroen was

is het weg dan

Waar ooit de bast

nu kale (als

verbrande) huid

 

De wachter zegt:

Plaats nieuwe

doe de oude weg

 

als hij regels

volgt zoals geleerd

 

Hij kan ook

nieuwe theorieën

aanhangen over

oerbos laten zijn

 

Dan is hij niet nodig

eigenlijk overbodig

zelfgemaakt dan

kan hij louter zien

 

tot het wringt.

 

Vormen wringt

waar kijken

ontziet

Sneeuwhaas

mountainhare IM 2016

Smaakt het beter

als eten

een verhaal heeft

Over grootmoeders

heimwee naar

vroeger of ver weg

 

Toen ik bij je was

zagen we

hazen rennen

Bergexemplaren

met witte pluimen

en hoge oren

Op het allerlaatst bijna

onder de voet gelopen

zochten ze zich een weg

Uit het leger

opgejaagd rammelend

zigzaggend gedreven

Witte hazen

Hun leven niet zeker

zeker nu niet

nu ze huizen

op bruingroene heuvels

waar sneeuw steeds langer wegblijft

 

Een andere dag

( boksdag noem ze dat

bij jou dacht ik )

Die dag zat ik

weer achter een bord

met hazenpeper

De loden korrels

netjes gesorteerd

op de rand

Dat verhaal kwam

uit het Oosten

een terrein aan de grens

In de laadbak gegooid

naast de anderen

van huis weggereden

Sauria

Sauria IM 2015

Ik zag een hagedis en moest aan je denken. Of, nee, ik dacht al de hele dag aan jou wachtend op dat bed in die grijsgespikkelde japon met slechts een strikje aan de achterkant en toen zag ik die hagedis.

Er klopte niets van. Het was donker en het was koud en vochtig en ik twijfelde aan wat ik zag.

Toch zag ik een hagedis, geen salamander. Ik weet wel wat over hagedissen, nog van vroeger, toen ik alle dino’s kon benoemen en ik in het levende beestje het bewijs zocht dat niets echt uitsterft, alleen van vorm verandert.

Ik hoop dat je het niet erg vindt dat ik toen aan je dacht.

Ik kijk en vergelijk, op zoek naar patronen, op zoek naar de logica. Soms zijn dingen niet logisch te maken. Dat jij daar lag, onder die TL-buizen met pennenstreken op de borst, dat was niet logisch, dat kon ik niet verklaren en eerlijk was het allerminst.

Het diertje zag ik per ongeluk.

Ik lette goed op de weg, stapte langs de slakken, over de slakken en toen zat daar ineens dat wezentje. Ik dacht aan z’n staart. Als hij mij als een groot gevaar zag zou hij het achterlaten en er rap vandoor gaan. Dat doen hagedissen, die doen afstand van hun staart om de dreiging af te wenden. En vervolgens groeit het doodleuk weer aan, alsof er niets gebeurde.

Deze hagedis deed niks, bleef stokstijf zitten. Ik liet hem rustig zitten, wilde hem niet opjagen en liep verder. Het was nog een jonge hagedis, alleen die gaan zo laat in de herfst pas op zoek naar een plek om te overwinteren.

Nachtschaduw

ken je mij?

ik vlieg in de nacht gewekt door motten

je kan me horen

zien soms

maar ken je mij?

Geitenmelker

Windslikker

ideeën over mij uit onwetendheid

bang voor wat ik doe

krijg ik namen

Namen

als gebouwde hokjes

om de dingen op te ruimen

 

er zijn er ook die wagen zich

heel alleen in halfduister

gaan op weg en blijven lopen

gaan erin mee met ogen wijd

zien hoe ik leef in schemering

die kijken

niet naar de ander

om te vragen of ze het goed zien

zien me vliegen

in de lucht tussen bomen

vogel

heel gewoon met vleugels wijd

en aarde getekend in mijn veren

catalogiseren

Nu heb ik heel veel

veren liggen

op de rand

boven de haard

buizerd

specht

vlaamse gaai

libellenvleugel

kastanjeblad

nee, minder

geraamte

van het blad

dunne adertjes

waardoorheen

water stroomde

ik houd het blad

naast de vleugel

van de libel

ik houd het blad

ik houd de vleugel

met de veren

Christmaseiland

Ik zwem naar de tegenvoeters
aan de andere kant van het jaar
en vraag of
de zomer nog ver weg voelt

Terwijl het noorden zich hoedde
voor de voorspelde duisternis
werd er een eiland gevonden
op de eerste dag van kerst
Er stonden groenblijvende palmen
onder het zand lagen eieren
verstopt tegen de brandende
hitte van de hoogste zon
Zo ver weg van kerstballen
en vetgemeste zoogdieren
op ovale witte schalen
zag alles er anders uit
Het was een feestdag
soep werd geserveerd
van wat was aangetroffen
struinende schildpadden

Ik vraag of ze het nog vieren
met kunstdennen, geroosterd vee
Soep van plastic zakjes
als kwallen dansend

Slakkenkaravaan

Heel veel slakken. Driehonderdduizend slakken. Geen idee hoeveel, ik kon ze niet tellen, het was al donker, het was al heel lang heel erg donker en het regende al de hele dag, motregen, als een warme deken voor al die honderden, duizenden slakken. Ik vroeg me af of er een slakkentrek bestond, dat ze dan allemaal tegelijk opstijgen uit de grond, vanonder de bladeren en neerdalen vanuit de bomen om gezamenlijk op weg te gaan. Ik vroeg me af hoe lang dat dan zou duren en hoe ver het was. Ik geloof niet dat ik ooit hoorde van de slakkentrek, toch leek het er verdacht veel op. Ik moest naar de grond blijven kijken en elke stap, werkelijk elke stap die ik zette moest ik overwegen en bijsturen om niet een van die honderdduizenden huisjes op de weg te pletten. Ik was liever thuis gebleven, maar Silas piepte, zo tergend, zo indringend, niet te negeren. Er was niemand anders op straat behalve al die slakken en wij. Ik hinkte-stapte-sprong door het stilstaande beeld en kwam veilig aan de overkant. Al die slakken, zoveel tegelijk en straks, bij daglicht, zouden ze er niet meer zijn, was de film afgedraaid en de trek voorbij. Ik zag nooit eerder een slakkentrek, hoorde nooit van een slakkentrek, vroeg of iemand anders zich beelden herinnerde van een enorme karavaan van bewegende huisjes over straat, maar het antwoord kwam niet. Ik zag duizendduizend slakken schijnbaar stilstaan op de weg. Silas zag ze ook, maar dacht er niet verder over na.

Periferie

De laatste tijd wandel ik weer

vrij laat nog en ver in het donker

Ben op mijn gemak, voel me

niet alleen met de hond van de riem

Ik zie een kerkuil vliegen

in de schijnwerpers

rond de tennisbaan

In het bos hoor ik breken

tussen de struiken, van takken

breken en zenuwachtige hoefjes

sprongen over dood hout

Ik hoor een krijs, in de verte

dichterbij, weer verder weg

Vind het niet vreemd, herken het

kan me voorstellen hoe hij vliegt

Ik hoor een auto, zie lampen

“allemaal in de berm”

rode lichten sterven weg

Mooie uren zijn dat

als eten op tafels staat

blauwe lichten flikkeren in vensters

Als het leven zich terugtrekt

kan het andere leven beginnen

Als alles binnen gebeurt

loop ik graag alleen op straat

en stiekem door de bosjes

Beuken/beuk

Als op een grafheuvel staan ze

daar in conclaaf te spreken

over wat ze zagen, gelaten opgeslagen

in de ringen in hun lijf

 

Elk jaar merken ze nieuwe dingen

hoe alles steeds hetzelfde blijft

boekenkasten zijn het vol

vertelsels in ongehoorde spraak

 

Met okergele hoeden laten

de koninginnen woorden

ritselen van blad tot blad

en kletteren door het lichaam

 

Huiden met littekens in een taal

die herinnering hen heeft opgelegd

die niet eigen is, hun

letters werden niet gekerfd

 

Na lange regens kleuren de basten

van asgrauw naar schoolbordzwart

en nodigen uit om in licht

wit krijt iets op te schrijven

 

Wanneer droogte terugkeert vervagen

de opmerkingen, de laatste restjes

verdwijnen door erosie of een rups

een boomklever, fanatieke specht

 

Wat ze zelf zagen blijft hen bij

als de koperen kronen vallen

als het stromen tijdelijk stopt

mogen ze stilstaan om in te keren