About IMMERPOST

Sisters corresponding across the seas

Image

surf 01 IM 2018

Aëlla/Aëllo

Nu kan ik wel inpakken
ik heb gezien waar ik voor kwam
bijna was ik het vergeten
geen moment
op dat moment
dat ik er nog aan dacht

We liepen door de jungle
eindelijk, de enige echte
die ene waar ik altijd al
eens wilde zijn
zonder te bedenken
dat ik gewoon kon gaan

Goed, we liepen dus,
niet snel
maar langzaam
gedwongen langzaam
met de man met machete
rustig zwaaiend voorop

Geen haast, want
dat kennen ze hier niet
dat hoeft ook niet
daar is het veel te warm
en vochtig voor
en het heeft me in z’n greep

Ok, we liepen dus
en er waren muggen
en mieren
rode, je weet wel,
en ze staken, nee
ze beten me venijnig

En ik dacht alleen
aan de mieren
en de muggen
en de hitte
en het vocht
en alles irriteerde

En de man stopte
wees met de punt van z’n mes
naar de vork in de oerboom
waar een berg takken
groter dan een karrenwiel
was gelegd

Ik zag het niet meteen
omdat de mieren
omdat de muggen
omdat het vocht en de
hitte en klompen modder
aan m’n schoenen

Ik zag het niet
omdat ik altijd de dingen
pas zie
na het moment en
we waren niet op zoek
keken naar de grond

Hij bleef wijzen
en ik bleef kijken
tot ik het zag
eindelijk dan toch
een kopje zo klein
als een uilskuiken

De kleine harpij keek
naar mij en ik keek
en ik hoefde niet meer
te denken
aan mieren muggen vocht
of vaalrode klei

Nu kan ik dus naar huis
toch ga ik niet
want ik ben nog hier
en ik heb de tijd en
geen enkele haast
en alles went

Zangcicade

Het eerste wat me opviel,

na de hitte het vocht

en de muggen

die alles lijken te zeggen

alles schijnbaar samenvatten

 

Verwacht en bepalend

voor hoe de dingen zijn

voor als er geen keus is

om zomaar weg te gaan,

maar opvallend was het niet

 

Wat echt opviel

was die claxon

van die oude auto,

dat busje om de bocht,

alarmerend en niet te stoppen

 

Little Miss Sunshine

sprong vanuit het niets

uit een achterkamertje

terug mijn levende

gedachten binnen

 

Het is maar een kleintje,

een van de 40.000,

een gepantserd wezen

fragiele vleugels van

precies geklost kant

 

En hij is nooit dezelfde

als wie hij was, vorig jaar

acht keer transformeren

in acht levensjaren en

alleen maar overleven

 

Eten en zingen

blijvend zingen

opvallend in volume,

mededeelzaamheid

als opperste kracht

 

Geen boodschap voor een ander

behalve te laten horen

dat er

in de isolatie van de jungle

iemand is

 

Bombus

Bombus IM 2016 web

 

Er broeit iets

in de achtertuin

bij de achterdeur

naast het muurtje

 

Er gonst iets

onder de tegels

onder de grond

in gangen

 

Er krioelt iets

trilt voorzichtig

wandelt traag

maakt grote gaten

 

Ronde gaten in het zand

en de hond die hapt

naar iets dat ik

pas later zie

 

Het maakt geluid

en vliegt omhoog

afzonderlijk gaan ze

stuk voor stuk

 

Ze komen terug

zwaar beladen

met gele klompjes

aan wollige lijfjes

 

‘Niet te dichtbij’

waarschuw ik

zo leerde ik

‘niet verstoren’

 

Maar soms zijn ze moe

kunnen ze niet

meer vliegen

amper kruipen

 

Ik zet ze op een bloem

of in de buurt

van het gat

in de aarde

 

Laat ze maar

rustig gaan

ik kan toch niet

verder helpen

 

Ik wil wel meer

oh, zo graag

maar ze hebben

hun eigen stelsel

 

Ik wil echt wel

iets doen, zo graag

maar kan alleen nog

hopen

Bomen zien

Seeing Trees IM 2016

Een wachter is iemand

die niet alleen kijkt

die ook ingrijpt

 

wanneer water tekort

aanstormende zwijnen

kraaien bij bosjes zijn

 

Wachter van bomen

op bomen

aangevreten door

 

onzichtbaar veel kleine

 

Willen geen kwaad

maar met zovelen

doen ze dingen

hun dingen

 

Waar bladgroen was

is het weg dan

Waar ooit de bast

nu kale (als

verbrande) huid

 

De wachter zegt:

Plaats nieuwe

doe de oude weg

 

als hij regels

volgt zoals geleerd

 

Hij kan ook

nieuwe theorieën

aanhangen over

oerbos laten zijn

 

Dan is hij niet nodig

eigenlijk overbodig

zelfgemaakt dan

kan hij louter zien

 

tot het wringt.

 

Vormen wringt

waar kijken

ontziet

Sneeuwhaas

mountainhare IM 2016

Smaakt het beter

als eten

een verhaal heeft

Over grootmoeders

heimwee naar

vroeger of ver weg

 

Toen ik bij je was

zagen we

hazen rennen

Bergexemplaren

met witte pluimen

en hoge oren

Op het allerlaatst bijna

onder de voet gelopen

zochten ze zich een weg

Uit het leger

opgejaagd rammelend

zigzaggend gedreven

Witte hazen

Hun leven niet zeker

zeker nu niet

nu ze huizen

op bruingroene heuvels

waar sneeuw steeds langer wegblijft

 

Een andere dag

( boksdag noem ze dat

bij jou dacht ik )

Die dag zat ik

weer achter een bord

met hazenpeper

De loden korrels

netjes gesorteerd

op de rand

Dat verhaal kwam

uit het Oosten

een terrein aan de grens

In de laadbak gegooid

naast de anderen

van huis weggereden

Sauria

Sauria IM 2015

Ik zag een hagedis en moest aan je denken. Of, nee, ik dacht al de hele dag aan jou wachtend op dat bed in die grijsgespikkelde japon met slechts een strikje aan de achterkant en toen zag ik die hagedis.

Er klopte niets van. Het was donker en het was koud en vochtig en ik twijfelde aan wat ik zag.

Toch zag ik een hagedis, geen salamander. Ik weet wel wat over hagedissen, nog van vroeger, toen ik alle dino’s kon benoemen en ik in het levende beestje het bewijs zocht dat niets echt uitsterft, alleen van vorm verandert.

Ik hoop dat je het niet erg vindt dat ik toen aan je dacht.

Ik kijk en vergelijk, op zoek naar patronen, op zoek naar de logica. Soms zijn dingen niet logisch te maken. Dat jij daar lag, onder die TL-buizen met pennenstreken op de borst, dat was niet logisch, dat kon ik niet verklaren en eerlijk was het allerminst.

Het diertje zag ik per ongeluk.

Ik lette goed op de weg, stapte langs de slakken, over de slakken en toen zat daar ineens dat wezentje. Ik dacht aan z’n staart. Als hij mij als een groot gevaar zag zou hij het achterlaten en er rap vandoor gaan. Dat doen hagedissen, die doen afstand van hun staart om de dreiging af te wenden. En vervolgens groeit het doodleuk weer aan, alsof er niets gebeurde.

Deze hagedis deed niks, bleef stokstijf zitten. Ik liet hem rustig zitten, wilde hem niet opjagen en liep verder. Het was nog een jonge hagedis, alleen die gaan zo laat in de herfst pas op zoek naar een plek om te overwinteren.

Nachtschaduw

ken je mij?

ik vlieg in de nacht gewekt door motten

je kan me horen

zien soms

maar ken je mij?

Geitenmelker

Windslikker

ideeën over mij uit onwetendheid

bang voor wat ik doe

krijg ik namen

Namen

als gebouwde hokjes

om de dingen op te ruimen

 

er zijn er ook die wagen zich

heel alleen in halfduister

gaan op weg en blijven lopen

gaan erin mee met ogen wijd

zien hoe ik leef in schemering

die kijken

niet naar de ander

om te vragen of ze het goed zien

zien me vliegen

in de lucht tussen bomen

vogel

heel gewoon met vleugels wijd

en aarde getekend in mijn veren